Zypadhera

Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Zypadhera

Powered by: KNMP logo
  • Introductie

    De werkzame stof in Zypadhera is olanzapine.

    Olanzapine behoort tot de atypische antipsychotica. Het remt in de hersenen de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk van dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

    Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, tics, posttraumatische stressstoornis en ernstige misselijkheid.

  • Bijwerkingen

    Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

    De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

    Regelmatig

    • Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Omdat de gewichtstoename onder andere komt door een toename van de eetlust, is het belangrijk minder te eten dan u zou lusten. Dat is voor veel mensen erg moeilijk. Raadpleeg daarom uw arts of een diëtist als u inderdaad aankomt. Zij kunnen u helpen hiermee om te gaan.
    • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten. Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Deze klachten gaan meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.
    • Droge ogen en wazig zien, doordat u minder traanvocht aanmaakt. Vooral mensen met contactlenzen hebben hier snel last van. Het gaat meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn. Neem contact op met uw arts als de klachten blijven of als u veel last heeft van oogirritatie. Mogelijk is een ander antipsychoticum geschikter. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere mond en ogen droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen.
    • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel. Het gaat meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.
    • Plasproblemen, door minder controle over de spieren van de blaas. Daardoor kunt u last krijgen van ongewild urineverlies, maar ook moeite krijgen met plassen of om de blaas helemaal leeg te maken. Deze klachten verergeren bij een vergrote prostaat. Door achterblijven van urine in de blaas heeft u ook meer kans op blaasontsteking. Neem contact op met uw arts als u als u problemen krijgt met plassen. De klachten gaan meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.

    Soms

    • Sufheid, slaperigheid, moeite om de ogen scherp te stellen, nachtblindheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
    • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
    • Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme). Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken. Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen. Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven. Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan. Zelden ontstaan ’late bewegingsstoornissen’ (tardieve dyskinesie) U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht.Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). Soms komen ze pas aan het licht als u met dit medicijn bent gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
    • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen. Deze bijwerking kan ook optreden bij verhoging van de dosering.
    • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Mensen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.

    Zelden

    • Hartkloppingen, onregelmatige hartslag of langzamere hartslag. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Dit is vooral van belang voor mensen met hartfalen, u kunt meer last krijgen van uw aandoening. Raadpleeg uw arts als u last heeft van hartkloppingen.
    • Een verhoogde risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Dit is vooral van belang voor mensen met een bepaalde hartritmestoornis, namelijk het aangeboren verlengde QT-interval. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn.
    • Vocht vasthouden (oedeem), vooral in handen en voeten.
    • Vermoeidheid en slapte.
    • Teveel glucose (suiker) in het bloed. Raadpleeg uw arts als u ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen. Als u diabetes heeft, is het belangrijk vaker uw bloedglucose te controleren, omdat dit medicijn de hoeveelheid glucose in het bloed kan verhogen.
    • Teveel cholesterol en andere vetten in het bloed. Deze kunnen zich ophopen in de bloedvaten, waardoor trombose kan ontstaan (zie bij zeer zelden). Uw arts zal jaarlijks uw cholesterol en/of vetgehalte controleren. Als u al een te hoog cholesterol en/of vetgehalte in uw bloed heeft, zal uw arts u daar extra op controleren.
    • Huiduitslag en jeuk. Dit kan komen door overgevoeligheid voor olanzapine, maar dat hoeft niet.

    Zeer zelden

    • Bij vrouwen onregelmatige menstruatie of wegblijven van de menstruatie. Pijnlijke borsten of melkafscheiding uit de borsten. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft. Als het optreedt, is dat meestal aan het begin van het gebruik of na een verhoging van de dosering.
    • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste 2 weken van het gebruik of binnen 2 weken na een verhoging van de dosering.
    • Bloedafwijking, namelijk een tekort aan witte bloedlichaampjes. De kans hierop is het grootst in de eerste 6 maanden van de behandeling. Uw arts zal uw bloed regelmatig controleren op eventuele afwijkingen. Als u ineens onverklaarbare koorts of keelpijn krijgt, moet u direct contact opnemen met uw arts.
    • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.
    • Bij mensen met epilepsie kan een aanval worden uitgelokt. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
    • Overgevoeligheid voor olanzapine. U kunt dan huiduitslag, galbulten of jeuk krijgen. Dit kan ook ontstaan onder invloed van zonlicht of UV-licht van de zonnebank. In zeer zeldzame gevallen kan 'angio-oedeem' optreden: een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als het ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. Stop bij allergische reacties meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. U mag dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor olanzapine. Het apotheekteam kan er op letten dat u het medicijn niet opnieuw krijgt.

    Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

    Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingpatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum voor u geschikter.

  • Gebruik

    Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

    Hoe?

    • Gewone tabletten: innemen met een half glas water of met een andere drank.
    • Smelttabletten ('Velotab'): in de mond laten smelten en dan doorslikken. Eventueel kunt u het smelttablet ook eerst in een glas water of een andere drank (bijvoorbeeld melk, koffie, appelsap of sinaasappelsap) uiteen laten vallen en dan opdrinken.
    • Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige in een bilspier toedienen. Meestal is dat 1 keer per 2 weken of 1 keer per 4 weken.

    Hoe lang?

    Schizofrenie
    Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op om een nieuwe psychose (terugval) te groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

    • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
    • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

    Manie
    Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van olanzapine langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts door te gaan met olanzapine, om een nieuwe manie te voorkomen.

    Onrust
    Olanzapine wordt meestal gedurende meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, agressiviteit of angst, zoals mensen met dementie, verstandelijk gehandicapten en mensen met autisme. De dosering wordt meestal wel verlaagd als de verschijnselen afnemen.

    Tics
    Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.

    Posttraumatische stressstoornis
    Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal langere tijd blijven gebruiken.

    Ernstige misselijkheid
    Zolang u hier last van heeft.

  • Vergeten

    Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn

    U gebruikt dit medicijn 1 keer per dag: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten dosis dan over.

  • Verboden

    autorijden?
    Dit medicijn vermindert de rijvaardigheid door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Hierdoor heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.

    Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.
    Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van uw aandoening, de duur van het gebruik en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.

    Bij gebruik voor psychiatrische aandoeningen: mensen met deze aandoeningen mogen vaak niet autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is.
    Als u ondanks uw aandoening toch mag autorijden, kunt u hieronder het advies voor dit medicijn vinden.

    Rijd geen auto totdat u gedurende 4 dagen dezelfde dosering gebruikt. Beoordeel daarna hoeveel last u van de bijwerkingen heeft.
    Iedereen reageert echter anders. Rijd nog niet als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.

    Bent u door dit medicijn wel suf of slaperig en gebruikt u het één keer per dag? Neem het dan voor u gaat slapen in, zodat u er overdag minder last van heeft.

    Tips voor als u weer gaat autorijden

    • Rijd niet als u onscherp ziet.
    • Rijd niet als u suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was, ia sl u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
    • Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
    • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
    • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
    • Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.

    alcohol drinken?
    Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan dit medicijn, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

    roken?
    Roken versnelt de afbraak van dit medicijn. Als u stopt met roken, kan de hoeveelheid van dit medicijn in het bloed toenemen. Hierdoor kan het sterker werken of bijwerkingen geven. Overleg met uw arts voordat u gaat stoppen met roken. Het kan nodig zijn dat uw arts de dosering dan verlaagt.

    Overleg ook met uw arts als u lange tijd niet heeft gerookt en (weer) bent begonnen. Dan is het misschien nodig dat uw arts de dosering van dit medicijn juist verhoogt.

    alles eten?
    Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

  • Wisselwerking

    Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

    De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

    • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
    • Carbamazepine, een medicijn tegen epilepsie. De hoeveelheid olanzapine in het bloed kan dalen door carbamazepine. Hierdoor werkt olanzapine minder goed. Overleg hierover met uw arts. Uw arts zal de hoeveelheid olanzapine in uw bloed controleren. Uw arts verhoogt mogelijk de dosering van olanzapine.
    • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson en olanzapine verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
      Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.
    • Fluvoxamine, een medicijn tegen depressie. De hoeveelheid olanzapine in het bloed kan stijgen, waardoor de werking en de bijwerkingen sterker worden. Overleg hierover met uw arts.
    • De medicijnen tegen hiv en aids, lopinavir en ritonavir. Deze medicijnen verminderen de werking van olanzapine. Uw arts zal de werkzaamheid van olanzapine extra in de gaten houden.
    • Rifampicine, een medicijn tegen tuberculose. Rifampicine kan dan de hoeveelheid van olanzapine in het bloed verlagen. Overleg hierover met uw arts. Uw arts controleert de hoeveelheid van olanzapine in het bloed. Uw arts verhoogt mogelijk de dosering van olanzapine.

    Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

  • Zwangerschap

    Zwangerschap
    Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.

    Als u dit medicijn gebruikt en u denkt erover zwanger te worden, overleg dan met uw arts. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

    Borstvoeding
    Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn gebruikt. Het komt in de moedermelk en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

  • Stoppen
    • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
    • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van meerdere weken tot maanden. Als u geleidelijk afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels. Zorg er ook voor dat u de voortekenen voor een nieuwe psychose kunt herkennen, zodat u onmiddellijk aan de bel kunt trekken als het toch mis dreigt te gaan.
    • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas 1 tot 4 dagen na plotseling stoppen op en zijn na 2 weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwennings-verschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
    • Ook nadat u bent gestopt kunnen de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.
  • Handelsinformatie

    Olanzapine is sinds 1996 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in tabletten, smelttabletten en injecties onder de merknamen Zypadhera en Zyprexa en als het merkloze Olanzapine.

Laatst gewijzigd op: 12 november 2013

Herhaalrecept

Gebruikt u Zypadhera? Via deze website kunt u een herhaalrecept aanvragen

Meld bijwerkingen

Een paar minuten van uw tijd kan een leven redden.

Omdat niet alle bijwerkingen bekend zijn op het moment dat een geneesmiddel of een vaccin op de markt wordt gebracht, zijn meldingen uit de praktijk onmisbaar voor een veilig geneesmiddelgebruik.

Lareb verzamelt alle bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins in Nederland. Daardoor valt het snel op als een bijwerking vaak voorkomt. Dit systeem werkt alleen als er zoveel mogelijk bijwerkingen gemeld worden door zorgverleners, apothekers en patiënten.

Uw melding is dus belangrijk om geneesmiddelen nog veiliger te maken!

Meld bijwerkingen